nl1us1
CF1000

 

 

Brass Spa V-Raptor

Calicchio's uit Tulsa

Cannonball 725 & 789RL

Christoph Endres flugelhorn

Eclipse Solar & MY

Edwards Generation III en X

Een dagje shoppen bij Hub van Laar...

First Class Brass Limited reisverslag

Getzen 3001LE en 3003

Harrelson Muse

Hub van Laar B4

Hub van Laar Oiram

Kanstul trompetten

Morrison Digital Trumpet

Schilke B1 & S32

Vincent Bach Chicago C

Vincent Bach Stradivarius 197

Vincent Bach Series 1

Yamaha YTR-8310Z

Yamaha Artist Model YTR-9335NYS

Yamaha Artist Model YTR-9445CHS

 

De Brass Spa V-Raptor

 

Vraptor

 

De V-Raptor stond al een tijdje op mijn verlanglijstje voor een grondige test. Tot voor kort was deze trompet in Europa echter nauwelijks te krijgen. Atelier Pfeiffer in Rijswijk is dealer voor Bob Reeves geworden en zij hebben deze trompet nu in verschillende uitvoeringen in voorraad. Voor de test kreeg ik twee verzilverde modellen toegestuurd, die op het eerste gezicht precies hetzelfde zijn. Als je ze oppakt merk je echter meteen een duidelijk verschil in gewicht.

 

Bob Reeves

 

De V-Raptor is het resultaat van een samenwerking van Stomvi, Cambrass en Bob Reeves Brass onder de naam Brass Spa. Behalve trompetten worden onder deze naam ook dempers en ventielolie (H2Oil) verkocht. De onderdelen voor de V-Raptor worden volgens specificaties van Bob Reeves gemaakt door Stomvi in Spanje en geassembleerd door Cambrass. Vervolgens krijgen de trompetten een “valve alignment” en “receiver adjustment” bij Bob Reeves Brass. De twee laatstgenoemde firma’s zijn ongeveer buren: beide zijn gevestigd in Valencia, California (VS). Wees niet bang om één van deze namen te vergeten: ze zijn allemaal terug te vinden op de trompet! Op de lichtere versie zie je “Reeves” (op de receiver), “Cambrass”, “Stomvi”, “Light”, “California USA”, “PB” (op het ventielblok) en ”V-Raptor USA” (op de beker) in de trompet gegraveerd. Vreemd, maar de eigenlijke merknaam, “Brass Spa”, is niet terug te vinden op het instrument.

 

Bob Reeves is voornamelijk bekend geworden door zijn mondstukken. Hij is in 1964 begonnen in zijn garage, pas in 1968 betrok hij een echte werkplaats. In eerste instantie maakte hij mondstukken op maat voor de studiomuzikanten in Los Angeles. Tegenwoordig zijn deze gelukkig ook in Europa volop verkrijgbaar en je ziet menig bigband-/ pop-/ latintrompettist spelen op mondstukken van Bob Reeves. K.O. Skinsnes, de rechterhand van Bob Reeves, heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de V-Raptor en andere producten van Bob Reeves. Hij is al verscheidene malen in Nederland geweest, onder andere om de Trumpetparty te bezoeken en clinics te verzorgen over mondstukken. Zo heb ik hem ontmoet en ik had interessante gesprekken met hem over o.a. de V-Raptor en de ontwikkeling van nieuwe mondstukken. Jim Manley, een “V-Raptor-artist”, was dit jaar te gast op de Trumpetparty om de V-Raptor extra te promoten.

 

Bob Reeves verzorgt ook zogenaamde “valve alignments”. De ventielen worden nauwkeurig uitgelijnd zodat de gaten in de ventielen exact (tot op 0,001” nauwkeurig) voor de pompen zitten. Dit verbetert de stemming en het timbre van verschillende noten wijkt niet meer af door de verschillende combinaties van ventielen. Om een indruk te krijgen hoe het is om op een niet goed uitgelijnd instrument te spelen moet je maar eens proberen te spelen met half ingedrukte ventielen.

 

De “cylinder reinforcer”

 

De V-Raptor ziet er chique uit, hij is perfect afgewerkt. Beide testmodellen waren verzilverd en voorzien van een “gold trim”. Dat betekent dat de ventieldoppen, de kapjes van de waterklepjes (in Amado-stijl) en de borgschroef op de derde stempomp verguld zijn. Verder heeft zij een duim- en pinkring. Opvallend is de speciale dop op het derde ventiel. Dit hexagonale dopje wordt “cylinder reinforcer” (CR) genoemd en is ontworpen door Bob Reeves. De CR heeft ongeveer hetzelfde effect als een zware ventieldop (“heavy cap”). Deze dop is echter niet verzwaard. Het voordeel hiervan is dat het hoog in het geluid niet wordt afgetopt door het extra gewicht, maar dat de speeleigenschappen wel veranderen. Door de CR strak aan te draaien word huls van het derde ventiel afgeklemd en resoneert deze tijdens het spelen minder mee. Hierdoor gaat er minder energie verloren in het instrument komt er meer uit de beker. Als je op deze trompetten speelt heb je het gevoel dat het geluid pas begint bij de beker. Omdat de mondpijp (via de stempomp) uitmondt in het derde ventiel resoneert dit het meest, het tweede iets minder en het eerste nog minder. De CR zorgt er dus voor dat je minder energie verliest, het geluid meer gecentreerd wordt, de noten beter op hun plek klikken en de boventonen iets nadrukkelijker aanwezig zijn. In de praktijk is dit effect goed te merken. Als het wat teveel van het goede is kun je het effect verminderen door de dop op het eerste of tweede ventiel te draaien. Ik merkte dat de trompet door de CR wat “stijver” speelde. Als je “lead” speelt is dat wel prettig, maar voor een solo of voor klassiek repertoire is het minder geschikt: dan zoek je naar een wat breder en opener geluid. Als je de CR losdraait verliest hij zijn effect.

 

Polybore

 

Een andere bijzonderheid aan de V-Raptor is dat zij geen gewone M, ML of L boring heeft, maar een zogenaamde “polybore”: vier verschillende boringen. De binnendiameter begint klein (0,450”) en eindigt groot (0,468”). K.O. Skinsnes licht dit verder toe in een email:

 

“Uit de wis- en natuurkunde weten we hoe de boring moeten aanpassen om ervoor te zorgen dat een trompet stemt voorzover dit voor het menselijk oor waarneembaar is. Om dit te bereiken beginnen we met een combinatie van beker en mondpijp en vervolgens passen we het ontwerp van de rest van de luchtkolom daaraan aan. Dit houdt in dat we aan de hand van berekeningen en tests bepaalde delen van de trompet vergroten of verkleinen. Deze theorie is in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld door Bill Cardwell. Hij was een goede vriend en was meer dan vijfentwintig jaar als adviseur verbonden aan onze firma. Ik heb meer dan tien jaar geluidsleer bij hem gestudeerd, met name gericht op trompetten. Als een instrument zuiver is en ook als geheel goed stemt, ontstaat er een bijzonder kleurrijke sound omdat de boventonen elkaar versterken. Als je in het lage – of middenregister speelt kun je boventonen horen; als je in het hoge register speelt zelfs ondertonen horen. De intonatie en de Bob Reeves “valve alignment”, die ieder instrument ondergaat, zorgen voor de “slotting” van een instrument. Als je een mondstuk voor lichte muziek op het instrument zet lijkt het alsof er meer hoog in het geluid is gedraaid, het midden en laag blijft echter goed te horen. Als je een meer klassiek (dieper) mondstuk gebruikt lijkt het of er meer laag in het geluid zit, maar de helderheid van de hogere boventonen blijft aanwezig.”

 

Specificaties

 

Naast de polybore en de CR wordt de V-Raptor standaard geleverd met een extra stempomp met een rondere bocht. De mondpijp is overigens “reversed”: de mondpijp schuift in de stempomp. De lucht ondervindt minder weerstand en stroomt beter door. Met de ronde stempomp wordt dat effect nog vergroot. Dat maakt de kern rond de toon iets groter, de trompet speelt daardoor iets flexibeler en opener. Nadeel is dat de noten in de hoogte iets minder gemakkelijk aanspreken en op hun plek klikken. Met de hoekige stempomp krijg je meer hoog in het geluid, prettig voor een leadtrompettist of sectieblazer. Door verschillende combinaties te maken met de twee stempompen en de CR op verschillende ventielen kun je de trompet afstemmen op je eigen smaak. Dit soort mogelijkheden geven een instrument absoluut een meerwaarde.

 

Het verschil tussen de standaard- (1095gr) en de lichtgewichttrompet (1022gr) zit vooral in de bekers. Die is bij het standaardmodel 0,6 mm dik, bij het lichtgewichtmodel 0,5 mm. Bovendien zijn bij het lichtgewichtmodel de stempompen lichter uitgevoerd en is de receiver is iets korter. Dat levert bij elkaar een behoorlijk verschil in karakter en speelgevoel op.

 

In de praktijk

 

Het eerste wat opviel is dat ik eigenlijk niet hoefde te wennen aan de trompetten, alsof ik er al jaren op gespeeld had! Door enkele concerten nu eens op het ene, dan weer op het andere model te spelen, kwamen er duidelijke verschillen naar voren. Zoals je mag verwachten van een lichtgewichttrompet, spreekt zij wat gemakkelijker aan en speelt zij wat opener. Het geluid is helderder maar heeft wat minder body, dus minder midden en laag in het geluid, een eigenschap die ik bij andere lichtgewichttrompetten ook vaak tegenkom. Het standaardmodel heeft een volle toon en is daardoor beter hoorbaar, zowel voor jezelf als voor de rest van de band: deze trompet geeft meer feedback en klinkt vetter. Daardoor blijft het geluid ook beter overeind in de tutti’s. Op dat punt kwam de lichtgewicht wel iets te kort. Als ik hierop speelde konden mijn collega’s konden me minder goed horen en ik miste zelf ook voldoende feedback van het geluid. Dan ga je in de bigband tutti’s al snel forceren. Als je niet zoveel volume nodig hebt of alleen speelt zal dit overigens geen enkel probleem zijn. Qua speelgevoel vond ik de lichtgewicht prettiger spelen. Het standaardmodel voelt wat stijver aan, het dringt je wat meer zijn eigen geluid en speelgevoel op. Dit is wel te verklaren door het extra gewicht van o.a. de beker (0,6 mm). De trompet resoneert daardoor minder mee en het geluid is meer gecentreerd. Beide trompetten intoneerden erg goed en de noten klikten goed op hun plek, vooral bij het standaardmodel. Je merkt dat er goed over het design is nagedacht en dat er alles aan is gedaan om de trompet zo efficiënt mogelijk te laten spelen. Beide trompetten spraken dan ook erg goed aan. De producten van Bob Reeves, ook de mondstukken, zijn voornamelijk gericht op efficiency. Het doel is met zo weinig mogelijk inspanning zoveel mogelijk rendement uit het materiaal halen.

 

Conclusie

 

Iedere trompet is een compromis en het is duidelijk dat deze twee trompetten hierop geen uitzondering vormen. Omdat beide min of meer hetzelfde ontwerp hebben, maar een verschillend gewicht (73 gram), is het mogelijk om het effect van zo’n gewichtsverschil goed beoordelen. Ik kan niet zeggen welke van de twee mijn voorkeur heeft: beide trompetten hebben zo hun sterke punten. Mijn voorkeur gaat uit naar een mix van beide trompetten: het volle geluid en de feedback van het standaardmodel en het open en vrije speelgevoel van de lichtgewicht. Beide modellen zullen het vooral goed doen in het bigband-/ pop- / latincircuit. Het standaardmodel is een allround trompet die voor veel stijlen te gebruiken is. Het is duidelijk dat we hier met twee uitstekende trompetten te maken hebben. Blijkbaar klikte de samenwerking tussen Stomvi, Cambrass en Bob Reeves en vullen hun verschillende ervaringen elkaar prima aan. Ik heb de V-Raptors met veel plezier getest.

 

 

meer info: www.bobreeves.com

 

 

 

 

Copyright ©, 2006 Erik G. Veldkamp, All Rights Reserved

VanLaarlogo1

Erik Veldkamp.nl

blogger
youtube
GMail48
facebookicon48