nl1us1
CF1000

 

 

Brass Spa V-Raptor

Calicchio's uit Tulsa

Cannonball 725 & 789RL

Christoph Endres flugelhorn

Eclipse Solar & MY

Edwards Generation III en X

Een dagje shoppen bij Hub van Laar...

First Class Brass Limited reisverslag

Getzen 3001LE en 3003

Harrelson Muse

Hub van Laar B4

Hub van Laar Oiram

Kanstul trompetten

Morrison Digital Trumpet

Schilke B1 & S32

Vincent Bach Chicago C

Vincent Bach Stradivarius 197

Vincent Bach Series 1

Yamaha YTR-8310Z

Yamaha Artist Model YTR-9335NYS

Yamaha Artist Model YTR-9445CHS

 

Calicchio's uit Tulsa

 

Calicchio1s7

 

Een vergulde Calicchio 1s7

 

Er zijn nog maar weinig Amerikaanse instrumentbouwers over uit de begin van de vorige eeuw die kunnen overleven op eigen kracht zonder opgeslokt te worden door de grote companies zoals Conn-Selmer. Zoals je bij de meeste custom instrumentbouwers ziet, is de enige manier om te overleven kwaliteit leveren en klein blijven.

 

 

Hoe het allemaal begon

 

Dominick Calicchio is begonnen als mondstukmaker in de Rudy Muck fabriek in New York City in de jaren ’20. Rudy Muck had op zijn beurt eerst bij Vincent Bach gewerkt, voordat hij zijn eigen werkplaats begon in dezelfde straat als de Bach fabriek. Maar al snel kocht Calicchio ook zijn eigen draaibank en begon zijn eigen mondstukken te maken. In 1927 kwamen de eerste trompetten van zijn hand, die in eerste instantie afgeleid waren van de French Besson, net zoals iedereen dat deed in die tijd. Hij gebruikte ook onderdelen van Benge en Olds, maar de ventielen, mondpijp en beker werden altijd door hemzelf gemaakt. Dominick maakte elk instrument speciaal voor zijn klanten en experimenteerde mede daardoor veel met verschillende materialen en modellen. In 1947 verhuisde hij zijn zaak naar CaliforniëÎ, om daar samen te werken met de toptrompettisten uit de studio scene.

 

De overname

 

John Duda had al een rijke geschiedenis als instrumentbouwer achter zich voordat hij Calicchio overnam. Hij begon rond zijn 20e al te werken in de Benge fabriek onder toezicht van zijn vader en Zig Kanstul. Hij werkte even kort voor King maar ging toch snel weer voor Benge in Anaheim werken om hoofd van de beker afdeling te worden. In 1983 sloot de nieuwe eigenaar van Benge (UMI) deze fabriek. John ging toen bekers maken voor Zig Kanstul die op zijn beurt weer onderdelen leverde voor Conn en Besson. De Kanstul fabriek bleef groeien en fabriceerde zo steeds meer onderdelen voor bestaande en nieuwe merken. John werd steeds bekender om zijn vaardigheden als bekerbouwer, waardoor zijn bekers voor Conn, Bel Canto, Callet, Allied, Blessing en vele andere merken gebruikt werden. In 1987 ging hij voor Dominick’s dochter Irma werken zodat zij de shop niet hoefde te sluiten. In 1991 ging het zo goed zodat de artiesten Dominick’s Calicchio inruilden voor een nieuwe van John. Dominick’s kleinkind Chris nam daarna na verloop van tijd de zaak over omdat John Duda zich ging toeleggen op zijn vliegtuigbrevet en daarvoor verhuisde naar Tulsa. In 2003 kreeg hij de mogelijkheid om de zaak over te kopen en bouwt sindsdien in Tulsa de Calicchio’s.

 

Meer modellen

 

Aangezien er veel vraag naar de Calicchio trompetten is en er maar zo’n 200 per jaar geleverd kunnen worden (voor de hele wereld), was het steeds moeilijk om verschillende modellen tegelijkertijd uit te proberen. Gelukkig had Atelier Pfeiffer net een nieuwe zending modellen binnen gekregen zodat ik ze eens naast elkaar kon testen. De meest verkochte modellen zijn al jarenlang de 1s/2 en de 1s/7, maar men probeert nu wat meer variatie te maken in het aanbod. Zo heb ik nu ook de 1s/3rL, de 3L/3rL en de de nieuwe R-32 getest. John Duda heeft nu ook een model met een bronzen beker geintroduceerd ; de 1sZ/3rL

 

Voor de duidelijkheid, het eerste cijfer staat voor de beker en het 2e cijfer staat voor de mondpijp. De 1s/3rL is in dit geval dus een trompet met een 1s beker (de standaard beker) met een 3 “reversed” mondpijp in een large boring. Bij de bekers is de 3 de grootste beker die ook een grotere diameter heeft, de 1s is de meest gebruikte beker, de 2 is een 1s die wat opener en breder klinkt. Maar elk model blijft die gewenste “sizzle” houden die de Calicchio zo populair maakt. Op de Calicchio website staat een duidelijk overzicht van de diverse modellen. Het blijven allemaal wel lichtgewicht trompetten, ze zijn dus lichter als de meeste standaard modellen van andere merken. Je kan het ook zien aan de dikte van de buizen en de beker, die zijn wat dunner dan bijvoorbeeld een standaard Bach. Er zit ook een hele dunne rand op de beker, bij de meeste merken is daar een dikkere draad in gesoldeerd. Daardoor zal de trompet ook wat meer resoneren. De relatief zware mondstukadapter geeft nog meer projectie aan het geluid. Deze combinatie van factoren zorgt ervoor dat je in het hogere register een randje, “sizzle”, op het geluid krijgt, dus veel boventonen en veel resonantie.

 

Een bekend gevoel

 

Aangezien ik veel speel met collega’s die op een Callichio hebben en er vroeger zelf ook een 1s/2 gespeeld heb, wist ik wel wat me te wachten stond ; een licht aansprekende trompet met een helder geluid en met veel “sizzle” als je wat gas geeft. Daar is ook niets aan veranderd, alleen is er nu wat meer keuze tussen de diverse modellen. Maar de typische Calicchio sound was in elk model terug te vinden, de ene trompet klonk alleen wat breder en speelde wat groter dan de andere. De 1s/7 is nog steeds het meest compacte model.

 

Wat me wel opviel is dat het zogenaamde “Freddie Hubbard model”, de 3/9L, wel een mooi rond en warm “jazz geluid” heeft, zeker als je er met een dieper mondstuk op speelt. Wil je toch die sizzle, dan kan dat ook met deze trompet bijvoorbeeld in combinatie met een wat ondieper Bob Reeves mondstuk. De Reeves mondstukken zijn sowieso erg populair bij de Calicchio spelers, wat op zich wel logisch is. De Reeves mondstukken versterken nog meer de klank en het gevoel die men ook in de Calicchio zoekt. Daarnaast is Bob Reeves ook in L.A. gesitueerd en heeft zich daarom ook gespecialiseerd in mondstukken die geschikt zijn voor de studiotrompettisten in de jazz en commerciëÎle muziek. Maar Calicchio heeft ook zijn eigen mondstuk lijn.

 

Dat de Calicchio zo veel boventonen in het geluid heeft komt natuurlijk doordat Dominick ze gemaakt heeft voor o.a. leadtrompettisten zoals Conrad Gozzo en Maynard Ferguson. Vanaf de ’70-er jaren speelden o.a. Jerry Hey, Chuck Findley, Charley Davis, Walt Johnson veel hits mee in op een Calicchio. Luister maar eens naar de oude Earth, Wind & Fire opnames met Chuck Findley of Micheal Jackson cd’s met Jerry Hey. In Nederland is hij ook nog steeds erg populair bij veel (lead)trompettisten.

 

De afwerking

 

Ik vind het nog steeds jammer dat er nog steeds het oude ventielhuis inzit, vanuit speeltechnisch oogpunt. De ventielen van de trompetten die ik getest heb liepen allemaal wel redelijk, maar de ventielen van een Yamaha, Bach of Kanstul, of de veel gebruikte Bauerfeind ventielen lopen toch wel een stuk soepeler. Je ziet de vijlsporen aan de metalen geleiders van de zuigers. Misschien dat de ventielen een stuk beter zouden lopen met een plastic geleider. Het klankverschil zal dan minimaal zijn. Maar ik neem aan dat John Duda de traditie gewoon wil voortzetten, dus ook qua ventielen. Je ziet ook aan de afwerking van de rest van de trompet dat het om handwerk gaat wat ook veel charme heeft. Het is op zich natuurlijk lovenswaardig dat op een paar kleine onderdeeltjes na, zoals de waterklepjes, kurkjes en de veertjes, John Duda alles zelf maakt. De meeste custom bouwers gebruiken ventielen van gespecialiseerde bedrijven.

 

De Calicchio’s worden meestal verzilverd omdat daardoor de klank nog iets helderer wordt. Volgens Atelier Pfeiffer maakt Calicchio nu gebruik van een andere fabriek die de trompetten verzilverd. Ze zien er daardoor wat glansender uit. De trompetten worden ook ongelakt, gelakt en eventueel verguld geleverd.

 

Conclusie

 

De Calicchio blijft natuurlijk een fijne trompet voor de commerciëÎle muziek. Dat blijkt ook wel uit de grote namen die er op spelen, ook in Nederland. Uit de serie die ik getest heb vond ik de 1s2 het best spelen voor leadtrompet en het Hubbard model vond ik een prettige trompet voor jazzsolo’s. Bij een andere serie vond ik destijds de nieuwe 1s3rL het best, maar er was toen geen 1s2 vooradig. Dat verschil kan hem ook gewoon liggen in dat soms de ene trompet gewoon wat beter lukt als de andere. Alle modellen spraken erg makkelijk aan, stemden goed en blaasden goed door. Er zat naar mijn mening minder verschil tussen een ML en een L boring dan je zou verwachten als je de technische specificaties leest (resp. 0.460” en 0.468”), maar ik heb niet hetzelfde model in verschillende boringen getest.

 

meer info: www.calicchio.com

 

 

 

Copyright ©, 2005 Erik G. Veldkamp, All Rights Reserved

Erik Veldkamp.nl

GMail48