nl1us1
CF1000

 

 

Brass Spa V-Raptor

Calicchio's uit Tulsa

Cannonball 725 & 789RL

Christoph Endres flugelhorn

Eclipse Solar & MY

Edwards Generation III en X

Een dagje shoppen bij Hub van Laar...

First Class Brass Limited reisverslag

Getzen 3001LE en 3003

Harrelson Muse

Hub van Laar B4

Hub van Laar Oiram

Kanstul trompetten

Morrison Digital Trumpet

Schilke B1 & S32

Vincent Bach Chicago C

Vincent Bach Stradivarius 197

Vincent Bach Series 1

Yamaha YTR-8310Z

Yamaha Artist Model YTR-9335NYS

Yamaha Artist Model YTR-9445CHS

 

Cannonball 725 & 789RL

 

Cannonball

 

 

Het merk Cannonball was tot nu toe vooral bekend onder saxofonisten. Na 10 jaar saxofoonproductie heeft Cannonball in 2005 een trompetlijn geïntroduceerd. Met zijn Big Bell Stone Series hoopt Cannonball een plaats te veroveren op de markt voor professionele Bb-trompetten. Alsof er nog niet genoeg merken waren om uit te kiezen! Dit jaar zal nog een nieuw model gelanceerd worden. Dit instrument heeft de naam “The Bavarian Lion” gekregen en ik mocht het prototype alvast testen.

 

Cannonball Musical Instruments is opgericht door het echtpaar Laukat en is gevestigd in Sandy, Utah. Dat is een plaatsje in de buurt van Salt Lake City in de V.S. Sheryl Laukat speelt klassiek saxofoon en heeft haar sporen verdiend in het muziekonderwijs. Laukat is van origine hoboïst maar speelt ook jazzsaxofoon en de daarbij behorende bij-instrumenten. Beiden hebben een grote voorliefde voor waardevolle oude saxofoons. Op een gegeven moment kregen ze een nieuwe saxofoon in handen, waarvan zij vonden dat deze niet goed functioneerde. Ze zijn toen gaan experimenteren met de luchtstroom (“air flow”) en de akoestische eigenschappen van het instrument, totdat het goed klonk en perfect speelde. Na verloop van tijd ontdekten zij hoe ze een instrument konden modificeren en aan hun wensen konden aanpassen. Ze besloten daarop een eigen saxofoonmerk te lanceren. In 1996 richtten ze het bedrijf Cannonball Musical Instruments op. Hun doel was het produceren van hoogwaardige instrumenten door andere fabrikanten instrumenten of onderdelen te laten bouwen volgens hun specificaties, om deze instrumenten vervolgens te modificeren. Kelly Ricks, een op de Juilliard School afgestudeerde professionele trompettiste, ontwierp de gravures voor de saxofoonlijn.

 

Nadat Cannonball op deze manier naam had gemaakt als uitstekend saxofoonmerk, vonden ze het tijd worden om ook een professionele trompetlijn te gaan bouwen. Ze gingen op zoek naar een instrumentenbouwer die aan hun eisen kon voldoen en een trompet kon maken naar hun specificaties. Die bleek in Duitsland te zitten en wel in Markneukirchen. B&S bouwt dus de trompetten waarna Cannonball de instrumenten modificeert. Kelly Ricks, werd fulltime ingehuurd om de trompetten akoestisch aan te passen en te graveren. De Big Bell Stone Series is sedert 2005 op de markt, eigenlijk in eerste instantie alleen het model 725, dat in verschillende uitvoeringen wordt aangeboden: ongelakt, verzilverd, gelakt en zwart vernikkeld. Dit jaar zal de 789RL aan de serie toegevoegd worden.

 

De halfedelsteen op de stembuis

 

Wat meteen opvalt aan beide trompetten is dat er een halfedelsteen op de stembuis, die het derde ventiel in gaat, is aangebracht. De ventieldopjes zijn met dezelfde stenen ingelegd. Dit idee is natuurlijk overgenomen van de Big Bell Stone Series saxofoonlijn van Cannonball. Men heeft hierop patent aangevraagd, want men vindt dat hiermee iets extra’s aan de instrumenten wordt toegevoegd. Dit patent is overigens nog niet toegekend. Na diverse tests met geblinddoekte proefpersonen, kwam men er achter dat een halfedelsteen op de juiste plek voor een meer gefocust geluid, een beter speelgevoel en meer dynamisch verschil zorgt. Naar de precieze oorzaak wordt nog gezocht. Ik kon dit verschil zelf niet testen omdat de steen vast gesoldeerd is, maar het doet mij denken aan het effect van een verzwaarde dop op het derde ventiel. Het gebruik van een “cylinder reinforcer” van Bob Reeves heeft een vergelijkbaar effect. De resonantie van het ventielblok wordt gedempt waardoor er minder energie verloren gaat. Echter, bij dit soort aanpassingen gaat het slechts om kleine verschillen. Als een trompet niet goed speelt dan maakt zo’n halfedelsteen ook niet meer uit. Er zijn diverse soorten halfedelsteen leverbaar. De testmodellen waren ongelakt en hadden Picasso Jasper (multi)-stenen.

 

De 725

 

Het eerste wat bij deze trompetten in het oog springt is hun opvallende design. De speciale halfedelstenen, de aparte mondstukadapter, de mooie gravure op de beker en de haakse steunen tussen de mondpijp en de beker geven beide modellen een geheel eigen uiterlijk. Daarnaast hebben beide modellen zilvernikkelen buitenbuizen op de stempompen en een traditionele waterklep op de hoofdstempomp en de derde pomp. Ik heb nogal wisselende reacties gehad op het uiterlijk van de trompet, maar zelf vind ik het design wel geslaagd: het is in ieder geval weer eens iets anders. Voor wie echt iets speciaals wil: ze zijn ook in zwart vernikkelde uitvoering leverbaar. Het ongelakte model wordt overigens de 725 of “Mad Meg” genoemd, de zilveren versie 725-S, de ouderwets gelakte 725-L en de zwart vernikkelde uitvoering 725-B.

 

De 725 is een allround instrument dat mij in eerste instantie aan een Bach ML deed denken. Dat is ook niet verwonderlijk: de Challenger-serie van B&S is ook op trompetten van Vincent Bach gebaseerd. Maar als je er wat langer op speelt wordt snel duidelijk dat de 725 een heel eigen karakter heeft. Het geluid van het ongelakte testmodel spreidt iets meer en klinkt enigszins donkerder dan een Bach ML37. Een standaard Bach produceert meer hoge boventonen en is daardoor rijker van klank. De 725 klinkt dus wat donkerder. Zij weegt ongeveer hetzelfde als mijn Bach, zo’n 1120 gram. Zij spreekt erg goed aan, de noten klikken goed op hun plek en hij stemt erg goed. Je hoeft de derde pomp niet zo ver uit te trekken om een lage d of cis stemmend te krijgen. De monelventielen lopen lekker soepel. Er zit overigens een extra gaatje in het eerste en het derde ventiel waardoor er geen druk wordt opgebouwd in de eerste en de derde pomp. Je hoort dan ook geen “plop” als je er een pomp uittrekt. Men noemt dit een “vented valves design”.

 

Speeleigenschappen van de 725

 

Het viel me op dat het geluid mooi egaal blijft van laag naar hoog. De 725 klinkt lekker warm en vol over het hele bereik. In het hoge register spreekt zij erg gemakkelijk aan en blijft haar klank goed behouden. Omdat de noten goed op hun plek klikken is het ook boven de c’’’ comfortabel spelen. Zij blijft goed stemmen in het altissimo register (boven de c’’’). Met het standaard bijgeleverde setje “heavy caps” kun je het speelgevoel en het geluid nog iets aanpassen. Als je de onderste ventieldoppen vervangt door de verzwaarde doppen krijg je een iets meer gecentreerd en warmer geluid: de noten klikken dan nog beter op hun plek. Het nadeel daarvan is dat de trompet wat minder flexibel speelt en wat minder open klinkt. Zij straalt dan iets minder breed uit. Het is dus maar wat je prefereert. Daarom vind ik het altijd prettig dat er zo’n extra setje “heavy caps” bijgeleverd wordt. Zo kun je de trompet vrij eenvoudig aanpassen aan jouw eigen smaak en wensen, zonder teveel poespas.

 

De 725 wordt volgens Cannonball ook wel “Big Bell” genoemd omdat de beker lijkt op een 72 beker van Bach. Ikzelf had het gevoel dat een Bach 72 beker wat breder uitloopt. Ik probeer altijd hoever mijn cup mute in de beker gaat. Die ging er niet verder in dan bij mijn Bach ML37. Ik vond de 725 ook niet zo groot klinken als een Bach met een 72 beker. De benaming “Big Bell” komt overwaaien uit de professionele saxofoonlijn van Cannonball. Bij navraag bleek dat de uitloop (“flare”) van de beker eerder begint en ook sneller wijder wordt dan de een 37 beker van Bach. Je merkt aan alles dat er veel aandacht aan deze trompet is besteed en dat geprobeerd is om een zo goed mogelijk product op de markt te brengen. Zij speelt erg goed en is geschikt als allround trompet met een wat donkerder karakter. Met iets meer hoog in het geluid zou zij nog wat breder inzetbaar zijn. Omdat het geluid wat minder hoge boventonen bevat, hoor je jezelf wat minder in een sectie, en ook de andere sectieleden kunnen jou minder goed horen. Met iets meer hoog in het geluid heeft de trompet meer kern en is hij wat rijker van klank. Voor degene die een wat donkerder trompetgeluid zoekt, zoals bijvoorbeeld een jazzsolist, is de 725 echter een serieuze optie.

 

De 789RL

 

Het model dat ik getest heb was een prototype. De 789RL zal dit jaar op de markt komen. Cannonball had een prototype met de 725 meegestuurd om al vast te testen; mooi meegenomen dus! Het grote verschil met de 725 is dat er een reversed leadpipe en een grotere beker op de 789RL zit. Deze beker heeft dezelfde uitloop als de 725 beker maar heeft uiteindelijk een diameter van 135mm i.p.v. 125mm. Daardoor zal het geluid meer spreiden dan dat van de 725. Dit model doet me een beetje denken aan een mix tussen een Connstellation 38B en een Bach ML72. Ondanks de grotere beker en de reversed leadpipe voelt de trompet niet groot aan. Er hoeft niet veel meer lucht doorheen dan door de 725, maar zij blaast wel beter door.

 

Cannonball heeft deze trompet ontwikkeld om een model aan te kunnen bieden met te een groot, rijk en resonerend geluid (“sizzle”). Men had een groot “leadgeluid” in gedachten. De 789RL heeft als bijnaam de “Bavarian Lion” gekregen, omdat ze blijkbaar vonden dat deze trompet kon brullen als een leeuw. In de gravure zal dan ook een tekening van een leeuw komen, samen met de inscriptie “Bavarian Lion”. Ik ben zelf leadtrompettist dus ik was natuurlijk erg benieuwd of zij voldeed aan die omschrijving. Net zoals de 725 vond ik haar prettig spelen met een mooi egaal warm geluid. Vergeleken met de 725 straalt het geluid veel breder uit en klinkt zij wat voller en vetter. De 725 klinkt dus wat compacter dan de 789RL. De laatste is met zijn warme en grote sound dan ook zeker geschikt voor jazzsolo’s. Door de verzwaarde doppen te gebruiken wordt zij daar nog beter voor geschikt: dan klinkt zij nog iets warmer.

 

Wat ik al verwacht had werd in de praktijk snel duidelijk. In een bigband sectie vond ik de trompet wat minder tot zijn recht komen. Omdat je te weinig hoog en kern in het geluid hebt moet je extra hard werken om jezelf goed te horen. Ook mijn collega’s konden me minder goed horen dan wanneer ik op mijn eigen Bach–trompet speel. De grote beker zorgt natuurlijk wel voor een groot, breed en vet geluid, maar dat kwam blijkbaar toch minder duidelijk door. Daarnaast krijg je zelf ook minder terug van het geluid, als je in een sectie speelt. Ik miste de “sizzle” die je gewend bent van andere voor bigband en pop blazersecties veel gebruikte trompetten. De 789RL mengt wat moeilijker met het slanke, meer briljante geluid van een Calicchio, Schilke, Yamaha of Bach. De “Bavarian Lion” is volgens mij meer op zijn plaats als je haar gebruikt voor solo’s, of misschien voor kleinere blazerssecties, met maar één trompet. Ik heb het niet getest maar kan me indenken dat ze goed met een trombone en een sax zal mengen in een jazzcombo. Dit wil niet zeggen dat ik de 789RL geen fijne trompet vind, integendeel, zij speelt erg prettig en klinkt erg goed, maar ik zie haar niet zo als sectie-instrument. Meer voor jazzsolisten dus.

 

Conclusie

 

Cannonball heeft met de 725 en de 789RL twee kwalitatief hoogwaardige trompetten in huis met ieder een geheel eigen design en karakter. Ze maakten op mij een goede indruk vanwege hun warme klank en egale timbre over het hele bereik. Daarnaast spreken ze gemakkelijk aan en stemmen ze erg goed. Je krijgt veel waar voor je geld: de trompetten worden compleet geleverd met koffer, mondstuk en een extra setje verzwaarde ventieldoppen. Als optie zijn ook andere halfedelstenen verkrijgbaar. De 725 is allround inzetbaar en de 789RL vond ik meer geschikt voor een jazzsolist. Ze zullen hun plaats dan ook wel weten te veroveren in trompetland.

 

meer info: www.cannonballmusic.com

 

 

 

 

Copyright ©, 2006 Erik G. Veldkamp, All Rights Reserved

Erik Veldkamp.nl

GMail48