nl1us1
CF1000

 

Een inleiding tot improvisatie en akkoordenschema's

 

In dit artikel wil ik je wat meer inzicht geven in de funktie van een akkoordenschema, die als basis voor een improvisatie gebruikt wordt. Dus de basis theorie uitleggen die benodigd is voor een improvisatie. Een improvisatie is, zoals het woord meestal gebruikt wordt in de jazzmuziek, een vrije interpretatie van een een gegeven melodie op een akkoordenschema. Als leidraad word dan meestal de onderliggende harmonieën van het thema gebruikt. De akkoorden worden door de ritmesectie gespeeld. De harmonieën worden weergegeven in een akkoordenschema. Enige kennis van akkoorden met hun bijbehorende toonladders is dus wel een vereiste om enigszins comfortabel een improvisatie te spelen zonder foute (of raar klinkende) noten. Als je eenmaal de onderliggende theorie begrijpt is het goed die wat losser te interpreteren zodat het niet als een etude gaat klinken.

 

Kerktoonladders

 

De meesten zijn wel bekend met majeur en mineur toonladders. Als ik van een gewone C majeur toonladder uit ga dan is A mineur de parallelle mineur toonladder. Dit betekent als je de C majeur toonladder begint op de A, je automatisch de A mineur toonladder hebt. Zo kun je op elke toon van de majeur ladder beginnen; dit is namelijk het principe van kerktoonladders. De parallelle mineur heet dan Aeolisch. Ik heb hieronder alle 7 kerktoonladders opgeschreven met hun benamingen.

 

Schemakerktoonladders

 

alle kerktoonladders

 

Schemaintervallen

 

alle intervallen binnen een oktaaf

 

Een akkoord is een stapeling van tertsen (een interval van 3 tonen). Een drieklank bestaat uit een grondtoon (1), terts (3) en kwint (5). Dus een C akkoord bestaat uit C-E-G. Een C mineur akkoord heeft een kleine terts, dus C-Eb-G. Zo kun je ook vier- of vijfklanken maken. Dan stapel je er gewoon nog een terts bij op en krijg je een septiem erbij (daarna een 9,11 en een 13). Als je nu op elke noot van de C majeur toonladder 3 tertsen stapelt krijg je de volgende septiem akkoorden (speel ze eens op een piano) :

 

Schemaakkoordenreeks

 

een akkoordenreeks op C majeur

 

Deze akkoorden hebben allemaal een grondtoon,terts,kwint en septiem. Soms is het eerste interval dus een grote terts (Ie, IVe en Ve trap) en soms een kleine terts (IIe, IIIe en VIe trap). Daarnaast zit er ook nog verschil in het septiem interval. Bij de Ie en IVe trap is het een groot septiem en bij de overige akkoorden een klein septiem. Het verschil in notatie is dat men akkoorden met een majeur septiem noteert met "ma", of "maj", of "ma7" en soms met een driehoekje erachter. Bij de Ve trap staat meestal een 7,9 of 13 erachter, dus zonder de toevoeging "ma". Zie het voorbeeld hierboven en hieronder.

 

voorbeelden van notatie van een C majeur akkoord : Cma, Cmaj, Cma7, Cmaj7, C∆, C∆7

voorbeelden van notatie van een C mineur akkoord : Cm, Cmi, Cm7, Cmi7, soms ook als C-7

voorbeelden van notatie van een C7 akkoord : C7, C9, C13 of C7(b9), C7(b13) etc.

voorbeelden van notatie van een half verminderd akkoord : Cmi7(b5), Cmi7(-5) of Cø

 

De II - V - I

 

Naast de Ie trap die we de tonica noemen is de Ve trap het belangrijkst. De Ve trap noemen we een dominant. De dominant graag oplossen naar de tonica. Dit komt door de zogenaamde leidtonen van de dominant. De septiem in de dominant (dus de F) wil naar de terts oplossen van de tonica (de E). De terts van de dominant (B) wil naar de grondtoon van de tonica (C) of gaat naar de majeur septiem van de tonica (B) als de tonica een majeur septiem heeft. Zie onderstaand voorbeeld:

 

SchemaIIVIa

 

De II-V-I in majeur

 

Om dit patroon (V7 --> I of G7 --> Cma) nog iets interessanter te maken wordt er een vaak nog een akkoord voor de V7 (G7) gezet. Als je nu de G7 als een I ziet en daar ook een V7 voorzet krijg je dus de volgende akkoordensequens D7-G7-Cma. De D7 is dan in dit voorbeeld de subdominant. Een subdominant is dus een dominant voor een dominant, de (echte) dominant gaat meestal naar de tonica.

 

Misschien denk je "waar komt die D7 nu vandaan in C?" Je moet gewoon steeds uitgaan van het akkoord waar je naar toe gaat. Die zie je tijdelijk als de tonica (of Ie trap) en daar zet je gewoon een Ve trap (dominant) voor, dus de Ve trap uit de toonsoort van de nieuwe tonica. Maar in onze Cmajeur toonladder zit geen D7. Deze D7 word dan ook vaak vervangen door Dmi7, die zit wel in de Cmajeur akkoordenreeks. Je krijgt dan het volgende patroon II-V-I of Dmi7-G7-Cma.

 

De link met de kerktoonladders is dan dat je op Dmi7 de C-dorische ladder speelt, op G7 de C-mixolydische en op Cma de C-Ionische toonladder (C majeur dus).

Om het nu nog iets ingewikkelder te maken kan je voor deze II-V-I nog een (II-V) zetten (of meerdere). Omdat de nieuwe (II-V) naar mineur gaat halen we de akkoorden uit een mineur akkoordenreeks. Daarbij wordt van een majeur septiem op de I uitgegaan, anders krijg je dezelfde akkoorden als bij de majeur reeks!

 

Als je nu naar de onderstaande reeks kijkt zie je dat de II geen mineur akkoord is maar een half verminderd d.wz. de kwint is verlaagd, net zo als de VIIe trap in de bovenstaande majeur reeks. De Ve trap is een gewone dominant, maar als je er nog een 9 op zou zetten, dan is de 9 meestal verlaagd. In dit voorbeeld is de b9 een F namelijk. De dominant is dan meestal in mineur een V7(b9) akkoord.

 

SchemaIIVI

 

De II-V-I in mineur

 

Als je nu een (II-V) - (II-V) - I maakt kom je op de bovenstaande akkoordenschema uit. Bij de 1e (II-V) ga je dus uit van de A mineur reeks, bij de 2e II-V ga je dus uit van de G majeur reeks. Je richt je dus altijd op het akkoord waar je naar toe gaat, die wordt dan tijdelijk als een Ie trap gezien. De half verminderd wordt vaak ook gewoon als mineur gebruikt, dus in dit voorbeeld zou dat dan (Bmi7-E7) - (Ami7-D7) - Gma.

 

De blues

 

SchemaBlues1

 

een standaard (jazz) blues in C

 

Zoals je nu zou kunnen weten is een V7 akkoord dus de dominant voor het daarop volgende akkoord. Dus de C7 is de dominant voor F7. Dat betekent dat je daar dus de C-mixolydisch op kunt spelen (dus F majeur die op C begint). Op F7 speel je dus F-mixolydisch (= Bb majeur), hij gaat alleen niet naar Bb in dit geval maar terug naar C7. De A7 is een V7 naar Dmi7, hier kun je dus A-mixolydisch (= D majeur) op spelen. De Dmi7-G7 heb ik al uit gelegd, dat is een II-V-I op C. De laatste 2 maten is een zogenaamde turnaround, een omweggetje van dominanten om weer op de C7 (Ie trap) uit te komen. Hieronder de toonladders per akkoord:

 

SchemaBlues1a

 

de toonladders per akkoord in een blues

 

De 1e improvisatie

 

Nu is dus zaak met deze theoretische kennis improvisatie te maken die niet klinkt alsof je toonladders of drieklanken zit te spelen. Een goede improvisatie is eigenlijk niets anders dan dat je een nieuwe melodie maakt op het gegeven akkoordenschema. Voordat de componist de melodie opschreef improviseerde hij namelijk ook om uiteindelijk op het thema uit te komen. Begin simpel door als oefening eerst de akkoorden gebroken te spelen. Zo leer je de klanken van de akkooorden een beetje kennen. Dus misschien zoiets als volgend voorbeeld:

 

Schemablues2

 

een voorbeeld van een eenvoudige improvisatie op een C blues

 

Bouw dit steeds verder uit totdat het niet meer zo schools klinkt naar gebroken akkoorden of toonladders. Denk er altijd aan om melodieën te maken, of patronen. Dus denk niet alleen vertikaal in 1 akkoord per maat maar horizontaal. Waar gaat het akkoord naar toe (V7--> I). Zo krijg je vloeiende lijnen die veel interessanter klinken. Kijk ook goed naar de bestaande melodie en maak een variatie daarop die je ook steeds verder uit kunt bouwen.

 

De blues toonladder

 

Dan heb je nog een veel gebruikte toonladder die men de bluestoonladder noemt. Ik zie deze toonladder meer als een soort kleuring van de melodieën die je speelt. Hij wordt namelijk niet alleen in een blues gespeeld in alle variaties, maar je kunt hem in al je solo's op elk stuk gebruiken, in de goede toonsoort natuurlijk. Het is meer een smaakkwestie wanneer je deze toonladder of een gedeelte daarvan gebruikt. De Eb,F# en Bb noemen we "blue notes". Het zijn eigenlijk verlagingen van de bestaande noten uit de majeur toonladder. Ze zijn wel ontstaan in de bluesmuziek rond 1900.

 

Schemabluestoonladder

 

de bluestoonladder op C

 

Ik hoop dat dit verhaal je einig inzicht geeft in een akkoordenschema en hoe je het toepast in een improvisatie. Om meer feeling met de muziek te krijgen is het goed om veel solo's te beluisteren en eventueel uit te schrijven. Op mijn oefeningen en transcripties pagina's is ook genoeg oefenmateriaal te vinden, maar het is veel beter om het zelf uit te zoeken. Let daarbij ook op de timing en frasering en hoe de improvisatie past op de akkoorden. Probeer eerst simpele lijnen te vinden op een akkoord en pas die toe (getransponeerd) op de andere akkoorden. Zoek naar langere (eenvoudige) lijnen over meerdere maten. Zo bouw je langzaam je improvisatiegevoel uit.

 

Het verhaal tot nu toe houdt je wel even bezig als je nog geen ervaring hebt met improviseren, en geeft je een basis voor een improvisatie. Als je dit goed begrijpt en toe kunt passen dan zou ik pas verder gaan met het vervolg. Hier ga ik wat verder in op wat interessantere akkoorden die veel gebruikt worden in de jazzmuziek.

 

---ooo----

 

De gealtereerde toonladder

 

Ik heb het tot nu toe nog steeds over septiemakkoorden (vierklanken) gehad als ik het over een akkoord had. Je kunt je misschien indenken dat je nog verder tertsen door kan stapelen vanaf de grondtoon zodat je na de 7 een 9 een 11 of een 13 krijgt.

 

Schematertsenstapeling

 

tertsenstapelingen op een Cma en C7 akkkoord

 

In dit voorbeeld blijf je steeds dezelfde toonladders behouden. Dus een C-majeur toonladder op Cma13 en een C-mixolydisch op C13. Maar je kunt natuurlijk ook andere toevoegingen (alteraties) aan een akkoord geven. De alteraties zijn trouwens ook eigenlijk gewoon leidtonen naar het volgende akkoord en lossen dus meestal altijd op in het volgende akkoord. Maar omdat we inmiddels zo gewend zijn geraakt aan de alteraties, lossen ze soms niet meer op en worden ze meer zelfstandig gebruikt in bijv. een slotakkoord.

 

Schematoevoegingen

 

de meest voorkomende toevoegingen bij akkoorden

 

Schemaalteraties

 

alteraties op een C7 akkkoord

 

In dit voorbeeld is in het 2e akkoord de 9 verlaagd en in het laaste C7 akkoord is de 9 en de 13 verlaagd. In het 3e akkoord is de 9 verhoogd. Meestal word hier dezelfde toonladder op gespeeld, die men de gealtereerde toonladder noemt. Een gealteerde toonladder is een melodisch mineur toonladder van een halve toon hoger, waarbij je op de 7e toon begint:

 

Schemagealtereerd

 

een gealteerde toonladder op een C7 (b9) , C7 (b9/b13) of C7 (#9) akkkoord

 

In het geval van een C7(#9) of C7(b9) akkoord speel je dus de melodisch mineur toonladder van Db (of C#), zoals je in de C gealteerde toonladder ziet komen daar alle verschillende alteraties op C7 voorbij. Hieronder wat "licks" (lijnen) die je wel vaak hoort op deze akkoorden, de C7(b9) gaat trouwens ook vaak naar een Fmi7 akkoord :

 

element3

 

wat gealteerde licks op een C7 (b9) en/of een C7 (#9) akkkoord

 

Oktatoniek

 

Schemaoktatonisch

 

Oktatonische toonladders worden meestal gebruikt op V13(b9)

 

Het akkoord C13(b9) heeft een andere toonladder dan de reeds besproken toonladders. Daarvoor is de zogenaamde oktanonische of verminderde (diminished) toonladder geschikt. Deze toonladder bestaat uit hele en halve intervallen en zo kom je dan ook op 8 noten uit i.pv. 7 in de majeur en mineur toonladders, vandaar oktatonisch. Je kunt ook de #11 (of b5) nog als toevoeging hebben, die past ook goed in het akkoord. Er zijn er maar 3 verschillende van want de 4e is weer dezelfde als de eerste, maar dan een kleine terts hoger.

 

De hele toons toonladder

 

Schemaheletoons

 

Hele Toons toonladders worden meestal gebruikt op V7(#5)

 

Er zijn maar 2 hele toons toonladders, die hierboven staat opgeschreven en een halve toon hoger. Deze ladder wordt meestal gebruikt op V9 akkoorden met een verhoogde 5. Zoals je ziet heeft deze toonladder maar 6 tonen en wordt dan ook wel hexatonische toonladder genoemd.

 

Tritonus verwandschappen

 

Ik wil nog een ding behandelen en dat is het tritonus akkoord. Onder de tritonus wordt een interval van een overmatige kwart verstaan. Dus de tritonus van C is F#. en van F# is dus weer C. Het tritonus akkoord wordt soms gebruikt als een vervangend akkoord voor de normale V7 in een II-V-I. Het is ook een dominant en heeft als enige verschil met de orginele V7, dat de basnoot vervangen wordt door de overmatige kwart. Het wordt duidelijker in onderstaand voorbeeld:

 

SchemaTritonus

 

De tritonus

 

Je ziet hier dat het G7(b13) akkoord vervangen is door een Db7(#11) akkoord. Je kunt trouwens dezelfde toonladder spelen op de tritonus. In dit geval is dit dus G-gealtereerd (dus Ab melodisch mineur). Het zou ook kunnen dat men de toevoegingen veranderd van de tritonus. In dat geval zou er dus ook een andere toonladder mogelijk zijn. Wat ook vaak gedaan wordt is dat men zonder dat het opgeschreven staat, toch een tritonus speelt. Of soms de hele (II-V) vervangt door een tritonus (II-V).

 

SchematritonusIIVI

 

Links een gewone II-V-I, rechts de tritonus(II-V)-I

 

Tenslotte

 

Wil je je meer bekwamen in deze toonladders en akkoorden, kijk dan bijvoorbeeld eens op mijn oefeningen pagina. Daar staan wat oefeningen op voor de behandelde toonladders. Je kunt solo's transcriberen en kijken wat de solist speelt op de gegeven akkoorden. Zoals ik mijn verhaal al begon is alles wat hier behandeld is maar een soort een basis voor de improvisatie, die je wel moet beheersen. Het beste is om dit allemaal goed te bestuderen om daarna weer te vergeten ! Wat ik hier mee bedoel is dat je het allemaal wel moet weten maar niet zo leterlijk moet gebruiken, want dan klinkt de improvisatie wel erg saai en schools.

 

Zoek voor jezelf mooie lijnen en melodieën uit op de akkoorden. Probeer leuke loopjes of lijntjes te vinden en pas die toe op de verschillende akkoorden, dus met de goede toonladders in je hoofd. Het is beter om een paar simpele mooie lijnen te spelen i.p.v. veel niets zeggende noten te spelen. Luister ook veel naar goede opnames van jazzsolisten. Daarbij hoef je je niet te beperken tot trompettisten, maar luister ook eens naar andere instrumentalisten. Zoek hun solo's uit en probeer het goede daaruit te destileren. Speel mee met de opname om je timing en frasering te verbeteren.

 

Op deze website vind je veel oefenmateriaal: Craig Fraedrich - Educational Materials

 

 

 

 

Copyright ©, 2005 Erik G. Veldkamp, All Rights Reserved

Erik Veldkamp.nl

GMail48
Booksbanner