![]() | |||
Een dagje shoppen bij Hub van Laar... First Class Brass Limited reisverslag |
Mario Guarneri
door Detlev Weers
Mario Guarneri, beter bekend als de man achter de B.E.R.P. is voor een paar dagen op doorreis in Nederland. Een enkele blik op zijn – overigens beknopt – curriculum doet de harten op de SONIC- redactie sneller kloppen. Begonnen als jazz-trompettist, vervolgens voor 15 seizoenen lid van de trompet-sectie van het roemruchte Los Angeles Philharmonic, studio-werk en weer terug naar de jazz.... Daar moeten we meer van weten dus op een zonovergoten herfst-middag richting het Zuiden waar Mario wat master-classes verzorgt en zijn B.E.R.P.-boodschap uitdraagt.
Bij het betreden van het les-lokaal kijkt de kleine maar vitaal ogende zestiger met enige argwaan op als het woord interview valt : hij heeft daar niet zo geweldige ervaringen mee maar als de vragen zich beperken tot zijn gedachten achter de ontwikkeling van de BERP (Buzzing Extension and Resistance Piece, om precies te zijn) wil hij wel wat tijd vrijmaken. Een niet al te veelbelovend begin want natuurlijk willen we de lezers van SONIC ook wat van zijn carriére als trompettist en zijn indrukken van de symfonische en studio ‘scene’kunnen vertellen...het hoe en waarom van het door Guarneri ontwikkelde accessoire komt dan vanzelf wel...
Jimmy Stamp
Gelukkig hebben uw reporter en Mario een overeenkomst die een aanknopingspunt biedt : allebei hebben we les gehad van James(voor insiders: Jimmy)Stamp, de embouchure-guru aan de WestCoast, die hele hordes trompettisten onderwees op zijn geheel eigen wijze. Niet volgens een afgebakende methode maar toegesneden op de persoon en de uiteenlopende problemen die ieder afzonderlijk met zich meebracht. Misschien is het het beste om een lesje te nemen: met de trompet in de hand praat ’t toch makkelijker ....De vraag rijst natuurlijk onmiddellijk hoe een trompettist als Guarneri bij Stamp terecht kwam: hij was immers al lid van de L.A. Philharmonic, had op Juilliard gestudeerd bij Vacchiano dus op het eerste gezicht leek een bezoek aan de bescheiden studio van Stamp niet echt een noodzaak. Was het (gezonde) nieuwsgierigheid ? Mario Guarneri kijkt wat zuinig maar lijkt toch langzaam warm te lopen voor het idee om dat punt uit z’n loopbaan wat nader toe te lichten en in de context te plaatsen die we hierboven aanhaalden. Maar eerst worden wat herinneringen opgehaald die meer licht werpen op het grote analytisch vermogen van Stamp en de wijze waarop deze meester altijd op een volstrekt positieve wijze de meest uiteenlopende problemen van diverse blazers tegemoet trad – iets dat zich ook weerspiegelt in de lesmethoden van Guarneri.
I teach you to teach yourself...
De uitgangspunten bij Stamp waren even eenvoudig als persoonlijk. In tegenstelling tot de algemeen heersende gedachte dat het ‘buzzen’ bij hem tot een soort ijzeren discipline verheven was, was het meer een middel om een zo effektief mogelijke wijze van spelen te bereiken. Een methode – als je daar al van kon spreken : de aanpak wisselde van persoon tot persoon – die steunde op het bereiken van een perfekte balans met een minimum aan middelen. Het gebruik van het mondstuk alleen legde kleine of grote defekten in de intonatie en de continuïteit van de luchtstroom bloot : zaken die door inschakeling van het instrument nogal eens verhuld worden. Bovendien bleek dat heel wat inspanningen hun doel ver voorbij schoten. Bij een perfekte intonatie op het mondstuk is de resonantie (harmonisch spectrum) zodanig dat in wezen het gehele bereik van de trompet binnen handbereik ligt. Mario Guarneri bezocht Stamp nadat hij al twee jaar lid van het L.A. Philharmonic was en bemerkte dat de ‘grip’op zijn mondstuk met sprongen afnam. Allerlei ingrepen (of kunstgrepen) : ander mondstuk, intensivering van zijn studie, hielpen niet en resulteerden in een verslechtering van de situatie. Na een paar lessen bij Stamp, die in wezen niets anders(?) deed dan de balans herstellen, schaarde Mario zich onder de schare van Stamp-volgelingen en droeg de boodschap verder uit in zijn eigen les-praktijk(zoals thans op het Conservatorium van San Francisco).
Een van de “problemen” die Stamp ook onderkende was het verschil in weerstand tussen het buzzen en het daadwerkelijk bespelen van het instrument. Stamp hanteerde daarbij een tweetal oplossingen : met een vinger een gedeelte van het uiteinde van het mondstuk zodanig afdekken dat de weerstand iets kon worden opgevoerd tot de gevoelsmatige weerstand van het instrument bereikt werd of bij de RadioShack (een uitgebreid netwerk van electronica winkeltje) de zogenamde Tigerclamp aanschaffen. Deze clipjes hadden een rode of zwart-rubberen omhulsel dat na verwijdering wonderwel op het uiteinde van het mondstuk pasten en zo voor de nodige weerstand zorgden. Bij de ontwikkeling van de hedendaagse BERP is dat probleem ondervangen door een schuifje waarmee de “ontluchtingsgaatjes” enigszins kunnen worden afgedekt om zodanig de gewenste weerstand te creëeren.
Al deze details terzijde was een van de fenomenen bij de lessen bij Stamp dat door het gebruik van het mondstuk-alleen hij je leerde je eigen problemen te analyseren en op te lossen: ’...I teach you to teach yourself..’ . Menigeen die onder de vorsende blik van de meester tot een eigen oplossing van zijn problemen kwam zal zich het droge lachje(eigenlijk een soort kuchje) herinneren waarmee hij de blijde verbazing van zijn leerling begroette.
San Fransisco Los Angeles, New York en terug...
Bovenstaande steden vormen een aardige afspiegeling van het traject dat Mario Guarneri heeft afgelegd in zijn carriére. Vader Guarneri had in de omgeving van San Francisco een bloeiende kapperszaak en onder zijn klanten kon hij een groot aantal musici en medewerkers van de ‘entertainment-industry’ van de Bay-area rekenen. Een van hen was Eddie Smith, een trompettist die tot het vaste “meubilair” van de fameuze Hang-Over Jazzclub behoorde, waar hij vele jaren het huisorkest leidde tot de band in zijn geheel werd overgenomen door de legendarische pianist Earl ‘Fatha’ Hines *, nadat deze de All Stars van Louis Armstrong verlaten had. Eddie Smith nam de kleine Mario onder zijn hoede en wist deze met een streng dieet van Arban en standards uit het klassieke jazz-repertoire te vormen tot een niet onverdienstelijke jazz-trompettist. Kennelijk was zijn ontwikkeling zodanig voorspoedig dat hij van tijd tot tijd zijn leraar mocht vervangen in de band van Hines. Gelet op de geweldige(en bijna overweldigende) reputatie van de super-stilist Hines, die furore maakte in de twintiger jaren van de vorige eeuw ( de vrijwel op telepathie gebaseerde duo-improvisatie van Hines en Armstrong in Weatherbird Rag in 1928 blijft een mijlpaal in de geschiedenis van de vroege jazz) moet een optreden met deze meester grote indruk gemaakt hebben op de jongeling. Kennelijk beviel de kennismaking zo goed dat Hines hem introduceerde bij Louis Armstrong bij een van diens optredens in San Francisco. Armstrong bleek gecharmeerd van het jonge talent en liet hem met de All Stars optreden : ‘...and there I stood with giants like Trummy Young, Ed Hall and my favourite piano-player Billy Kyle...’
L.A.
Al met al een meer dan geweldige stimulans om de trompetstudie met groot enthousiasme voort te zetten en nu op het conservatorium in Los Angeles (USCL) onder leiding van Les Remsen, voormalig solo-trompettist van de L.A. Phil : nog meer Arban...en een eerste kennismaking met impromptu studio-werk. Vader Guarneri had thuis in San Francisco de lof gezongen over zijn getalenteerde zoon tegenover een van zijn klanten die toevallig(?) ‘jingles’produceerde: deze beloofde Mario in te schakelen indien de mogelijkheid zich voordeed en hem op deze manier wat extra studie-geld te bezorgen. Die gelegenheid liet niet lang op zich wachten in een periode waarin de studio’s dag en nacht op volle kracht draaiden om in alle soorten muziek te kunnen voorzien en Mario bevond zich (tot zijn schrik) in het imponerende gezelschap van Conrad Gozzo(een ware icoon op de lead-chair), Pete Candoli en Jimmy Zito (een van de houwdegens uit de Tommy Dorsey band, befaamd om zijn trumpet-battles met Ziggy Elman) die zich geamuseerd bogen over de jonge en wat geïntimideerde trompettist : ’...Hey kid, wanna play lead ?!..’
New York
Met een beurs voor een voortgezette studie aan de beroemde Juilliard School in New York werd Mario Guarneri geconfronteerd met de aanpak van een van de grote meesters, de solo-trompettist van het New York Philharmonic, William Vacchiano, wiens les-methode gekenmerkt werd door de strenge, 19-eeuwse conservatorium-regels en een totale herziening van wat de student tot dan toe geleerd had.
Deze methode was erop gericht de student op te leiden in het orkest-spel en niet op solo-repertoire.Vacchiano stond op een absolute toewijding en testte iedere kandidaat op elk zwak punt door alle aspecten van de Arban uitputtend door te nemen. Kon de kandidaat een etude uit deze “bijbel”goed vertolken op C-trompet dan moest dezelfde etude nogmaals worden gespeeld in een “onmogelijke” transpositie op Es-trompet . Vacchiano eiste het uiterste van zijn studenten, luisterde nooit naar de studie-opdrachten die hij gaf maar ging onmiddellijk door naar de volgende: ‘..he always pushed us along..all the time..’ Mario ging geheel op in het dynamische muziekleven van de Big Apple en vulde zijn studie-toelage aan met invalbeurten in salsa-orkesten en het Radio City Hall orkest tezamen met klasgenoten Lew Soloff , Gerard Schwarz en Carol Dawn Reinhardt . Uiteindelijk werd hij door de grote meester zelf gevraagd om in te vallen bij het New York Philharmonic en in voorbeiding daartoe vroeg hij Vacchiano of deze wilde luisteren naar de door hem voorbereidde orkest-partij. Na afloop vroeg Vacchiano, die tijdens de hele sessie uit het raam had staan kijken wat Mario er zelf van vond. Op diens wat aarzelend antwoord dat het wel OK geklonken had deelde Vacchiano bij wijze van ontnuchtering mee dat hij daarvan niet overtuigd was :”..ik keek naar de voorbijgangers op straat maar niemand keek omhoog terwijl je speelde...!” Mario bewaart echter de beste herinneringen aan de keren dat hij naast Vacchiano in de prima-donna trompetsectie van het Philharmonic mocht plaatsnemen. Het spel van de Vacchiano straalde kracht en vooral passie uit volgens de beste Bel Canto traditie : met een glimlachje vertelt Mario dat hij tot zijn niet geringe verwondering bemerkte dat Vacchiani zodanig opging in zijn gepassioneerd spel dat hij het soms niet zo nauw nam met de notatie...en dat voor iemand die het uiterste eiste van zijn studenten. Mario had de smaak te pakken en besloot een carriére te zoeken in de orkestwereld en...juist op dat moment werd een auditie gehouden voor een positie in het L.A.Philharmonic.......
Opnieuw L.A.
Ondanks de zware concurrentie(Malcolm McNab en Ron Romm waren mededingers) wist Mario de auditie in zijn voordeel te beslechten en maakte voor de komende 15 seizoenen deel uit van de trompetsectie met illustere namen als Robert DiVall, Thomas Stevens en Irving Bush. Het waren de gloriedagen van de L.A. Philharmonic onder leiding van (achtereenvolgens) chef-dirigenten Zubin Mehta (1962-1978) en de eminente Carlo Maria Giulini( 1978-1984).
Het waren tijden van grote muzikale activiteit in L.A.: naast het werk in het symfonie-orkest waren er de studio’s (Mario werkte mee aan de geluidsopnamen van meer dan 300 films – zijn solo in Godfather III is een klassieker) en vanaf 1968 bekleedde hij de positie van solo-trompettist in het L.A. Chamber Orchestra , waarin de fine- fleur van de L.A. studio en klassieke muzikanten bijeen kwamen. Na de opvolging van Giulini door Andre Previn als chef-dirigent , wat door Mario niet bepaald als een vooruitgang werd beschouwd, door de toegenomen spanningen binnen de trompetgroep en de zware work-load, besloot hij het wat rustiger aan te gaan doen. Geïnspireerd door de les-methode van James Stamp en gerijpt en gelouterd door zijn ervaringen als trompettist in alle mogelijke muzikale situaties, besloot hij om te zien naar een positie als leraar. Het werd het Conservatorium van San Francisco.
Terug naar San Francisco.
Mario vestigde zich weer in de Bay area , richtte een eigen, succesvolle opname-studio op, werkte als free-lancer in verschillende orkesten en werd leraar op het conservatorium van San Fancisco.Daarnaast werd de roep van de jazz steeds krachtiger en Mario besloot om gehoor te geven aan die eerste liefde : ‘...at least you play your own music..’ Het past ook wonderwel in zijn pedagogische aanpak waarin de benadering van Stamp ( luister naar jezelf : trumpetplaying is easy, not simple ), die vanVacchiano(passie) en zijn eigen ervaringen, een inspirerende mengeling vormen die sterk afwijkt van wat Mario de ‘ caveman-method noemt : ‘in plaats van te proberen met je hoofd een muur af te breken, kun je je hoofd beter gebruiken om te bedenken hoe je die afbreekt met minder inspanning en schade voor jezelf!’ Het buzzen vormt daarbij een geweldig hulpmiddel om te ontdekken dat met minder inspanning , betere resultaten bereikt kunnen worden. Het intensief luisteren naar jezelf leidt ook tot een vorm van introspectie die de sleutel vormt tot betere prestaties bij publieke optredens. “ Richt je op jezelf, wat je kunt en speel of je thuis in de kamer staat. Als je je ogen weer open doet blijkt er opeens publiek te zitten..” Hij haalt een herinnering op aan een recital dat hij jaren geleden gaf op een ITG-Conference in New York en vooraf de zaal inkeek waar ’ a bunch of people with little rings on their lips.. ‘ hem aanstaarde. Op dat moment wist hij het zeker:’ I play my own music..what the hell ‘ Hij pakt zijn trompet en speelt een lange cadens om aan te tonen dat zelfs een indringend interview hem niet van de wijs kan brengen.
Thank you Mario and Good Luck!
Mario speelt op Hub van Laar trompetten(een B1 en een Custom C) , een van Laar Bugel model 2 en op Dennis Najoom mondstukken | ||
Erik Veldkamp.nl