![]() | |
Een dagje shoppen bij Hub van Laar... First Class Brass Limited reisverslag |
Op bezoek bij het Yamaha atelier voor blaasinstrumenten in Neu-Isenburg
Het Yamaha atelier (de oude testrimte).
Zo’n 10 km van Frankfurt ligt het plaatsje Neu-Isenburg waar het Yamaha atelier zich bevindt. Ik had van tevoren ingeschat dat het een grote, opvallende en goed aangegeven locatie zou zijn, maar dat viel wat tegen; het staat midden in een onopvallende woonwijk en is van de straatkant niet te herkennen als het atelier van zo’n grote firma als Yamaha. Aangezien mijn navigatiesysteem bleef volhouden dat ik op de goede plek was ben ik maar eens aan de achterkant van het gebouw gaan kijken en toen bleek dat ik inderdaad bij het Yamaha atelier was aanbeland.
Thomas Lubitz en het Yamaha atelier
Ik had een afspraak met Thomas Lubitz (TL), de ontwerper van koperblaasinstrumenten voor Yamaha in Europa. Hij geeft tevens leiding aan vier andere Yamaha specialisten op het gebied van koper, hout, fluit en concertpercussie die zelfstandig aan hun eigen projecten werken. Het atelier wordt gecoördineerd vanuit de ontwerpafdeling van Yamaha in Japan. TL legt uit dat hij samenwerkt met Eddie Veit: “We doen ongeveer hetzelfde werk en helpen beiden onze klanten, maar omdat ik de leiding heb over het atelier, doe ik ook veel administratief werk. Eddie is vooral in de werkplaats bezig.” Hij vertelt verder: “Als we nieuwe dingen ontwikkelen, dan doen we dat altijd met zijn tweeën en met een muzikant tezamen. We maken ook veel custom-mondstukken of kopieën voor onze klanten.” Later laat TL me ook zien hoe ze een mondstuk kopiëren en aanpassen voor hun klanten (zie foto). “Het atelier bestaat al zo’n 25 jaar. Het was eerst in Hamburg maar men heeft het naar Frankfurt verplaatst omdat de ligging beter is.” Daarmee bedoelt TL dat Frankfurt veel centraler ligt in Europa en, zoals ik al had gemerkt, erg dicht in de buurt van het vliegveld van Frankfurt, wat natuurlijk erg handig is voor de vele buitenlandse muzikanten. “Veel orkesten doen Frankfurt ook aan op hun tournees zodat Frankfurt een veel betere locatie is voor het atelier.”
Het Yamaha atelier is vooral bezig met nieuwe ontwikkelingen. Ik had gedacht dat Bob Malone, die bijvoorbeeld de nieuwe Artist Model serie mede ontworpen heeft, de ontwikkelingen aanstuurde vanuit Amerika maar TL legt me uit dat dat niet het geval is. “Bob heeft vergeleken met ons eigenlijk een minder sterke positie binnen Yamaha. Bob is door Yamaha aangesteld voor de Amerikaanse markt. Het idee was dat hij een custom shop zou runnen om zijn kennis te gebruiken voor het verbeteren van de Yamaha instrumenten voor speciale klanten. Hij is inmiddels echter onderdeel van het ontwikkelingsproces geworden. Maar ons atelier is een echt ontwikkelatelier. Wij hoeven eigenlijk geen custom-instrumenten voor onze klanten te maken, maar nieuwe instrumenten voor de toekomst.” De custom-instrumenten die het atelier maakt moet je dan ook meer zien als experimenten of prototypes voor de toekomst. Tenminste als men het idee heeft dat het instrument voor een grotere markt interessant zou kunnen zijn. TL vertelt dat hij het liefst met Yamaha Artists ontwikkelt, omdat hij hen beter kent en dus ook beter begrijpt. Nieuwe muzikanten kunnen vaak moeilijk uitleggen wat ze precies anders willen hebben. “Bij nieuwe muzikanten is het moeilijk. Ten eerste is het jargon niet hetzelfde. Vaak gebruikt de muzikant andere woorden die wij niet gebruiken of andersom en dan kom je niet op hetzelfde niveau. Je hebt dan zo’n 2 à 3 dagen nodig voordat je elkaar echt goed begrijpt.” Het is sowieso voor muzikanten moeilijk in woorden uit te drukken wat ze precies voelen of veranderd willen hebben, dat hoor ik wel vaker van instrumentenbouwers. TL voegt daaraan toe: “De ene zegt dat het een helder geluid is, maar bedoelt dan veel boventonen. De andere zegt dat het veel boventonen heeft en bedoelt dan een helder geluid.” TL moet er dan achter zien te komen wat de muzikant precies bedoelt en daarom werkt het prettiger met mensen die hij al langer kent zodat men elkaar beter begrijpt. Soms werken ze ook samen met muzikanten die nog geen Yamaha spelen. Het doel is dan om een instrument te bouwen dat beter is dan waar de muzikant eerst op speelde. Men gaat dan niet van het instrument uit waar de muzikant eerst op speelde. TL geeft een voorbeeld: “We hebben bijvoorbeeld het idee om een orkest-trombone te maken. De bekende merken zijn Bach, Conn en Edwards, waarbij Bach en Conn compleet verschillend zijn. Dan moeten we ons eigen concept zien te vinden. Vanuit dat concept zeggen we tegen de muzikant: “Dit klinkt beter bij jou, laten we dit eens proberen.” TL moet dus ook de ins en outs van de concurrerende merken kennen, maar dat is volgend hem niet zo’n probleem omdat de meeste merken zoals Bach en Conn al zo lang bestaan en de laatste tijd weinig veranderingen hebben ondergaan.
De nieuwe testruimte is in het nieuwe gebouw en moet akoestisch nog iets verbeterd worden.
De ontwikkelingen
Het verschil tussen Yamaha en de kleinere instrumentenbouwers zoals Thein-Brass, Hub van Laar, Schagerl, etc. zit hem vooral in het feit, dat een geslaagd prototype in groten getale gereproduceerd moet kunnen worden door de Yamaha-bouwers in Japan. Dat feit heeft TL dan ook steeds in het achterhoofd als hij een nieuw instrument ontwikkelt. Een custom-bouwer maakt vaak unieke exemplaren voor zijn klanten. Dat kan TL ook wel in het atelier, maar men is eigenlijk bezig met de ontwikkeling van nieuwe series die zo consistent mogelijk van kwaliteit moeten zijn. Als je tien dezelfde trompetten naast elkaar legt mogen er slechts minimale verschillen zijn. Daarom heeft men ook speciale machines moeten bouwen voor de nieuwe bekers die o.a. op de Artist Model serie gebruikt worden. Gelukkig heeft Yamaha een eigen afdeling voor het ontwikkelen van machines, werktuigen en robotten! Dat is het grote voordeel van zo’n groot concern. De andere afdelingen van Yamaha zijn volgens TL de blaasafdeling behulpzaam bij de ontwikkelingen. “We hebben een afdeling die verschillende metaalsoorten test op hun klankeigenschappen. Die houdt zich niet bezig met de vraag of die metalen geschikt zijn voor trompet, trombone of vibrafoon. Hier worden alleen de metaaleigenschappen getest. Als daar iets goeds uitkomt, probeert men het ook op de instrumenten toe te passen.” Maar Yamaha moet zijn messing en andere metaalsoorten ook gewoon uit de metaalindustrie halen. Yamaha ontwikkelt geen nieuwe messing soorten. “We kunnen wel kiezen uit de verschillende messing soorten die in Amerika, Duitsland en Japan gemaakt worden. Maar de blaasinstrumentenindustrie gebruikt maar 3% van het totaal geproduceerde messing in de wereld en zij kan daarom geen invloed uitoefenen op de metaalindustrie.” Tijdens de ontwikkeling test men deze verschillende messing soorten op klank e.d.
Voordat men tot een ontwikkelingsbesluit komt gaat men als volgt te werk: “Tijdens de verschillende vergaderingen van Yamaha worden ideeën op tafel gelegd. Ideeën van verkoopafdelingen, ideeën van muzikanten, ideeën van de ontwerpafdelingen in Frankfurt of Japan worden bij elkaar gevoegd. Bijvoorbeeld, we hebben een Bb trompet voor die markt nodig of een C trompet voor deze markt. Aan de hand van deze informatie begint men instrumenten te ontwikkelen. De ontwerpers in Japan gaan achter de computer zitten, kijken wat er al aan ontwerpen aanwezig is en bouwen dan de prototypes. Wij krijgen dan deze prototypes en gaan ze voor een speciale markt testen. Als dat instrumenten zijn die over de hele wereld gebruikt kunnen worden, dan wordt daar een groot project van gemaakt. Men maakt dan ook prototypes voor Amerika, Duitsland en Japan. Deze prototypes worden door van te voren uitgezochte muzikanten getest.” Men test de prototypes de laatste jaren alleen nog maar met één, maximaal twee muzikanten, die een bepaalde markt vertegenwoordigen. Trompettisten zoals Bobby Shew, John Hagstrom, Robert Sullivan of Wayne Bergeron. Te veel testpersonen geven namelijk te veel verschillende meningen. “Het is makkelijker van te voren een muzikant uit te zoeken die een bepaalde doelgroep of muziekstijl representeert. Als hij tevreden is, dan zal ook een hele doelgroep tevreden zijn over het instrument.” Volgens TL is Bobby Shew een geweldig voorbeeld die een hele jazztrompettisten-generatie representeert. “Hij heeft al zoveel leerlingen gehad en zoveel workshops gegeven, dat veel trompettisten net zo zijn gaan denken en spelen als hijzelf en zij gebruiken zijn techniek, zodat zijn instrument daarvoor ook ideaal is.” Het testen van een prototype is ook hard werken voor een testpersoon, omdat hij de hele dag een trompet uit moet proberen. “Hij moet steeds dezelfde frase spelen en luisteren, bijvoorbeeld het begin van Mahler 5, om te horen wat er veranderd is. Als hij steeds weer anders gaat spelen dan heeft het testen geen zin.”
De contacten met de muzikanten
Nadat men het instrument getest heeft in het atelier wordt het in de praktijk getest. TL kan redelijk inschatten hoe een instrument in de praktijk klinkt, omdat hij al 12 jaar in dezelfde ruimte in het atelier tests uitvoert. “Ik weet gewoon, als een instrument hier zus klinkt, dan klinkt het in een zaal zo. De muzikant kan dat niet zeggen omdat hij de testruimte in het atelier niet kent, maar ik ken deze ruimte zeer goed.” Men heeft overigens een nieuwe testruimte in het nieuwe gebouw naast het atelier. Volgens TL is het belangrijk dat men in een testruimte de klankverschillen goed kan onderscheiden. “We gaan niet synthetisch wetenschappelijk te werk met de klank, maar gaan van de muzikant uit. Hoe voelt de muzikant zich, wat zegt hij ons over de klank zoals b.v. ‘het instrument klinkt te donker of te helder’. Maar ook wat wij horen aan de voorkant en achterkant van de trompet is voor ons van belang. Aan de hand van deze ervaringen ontwikkelen we verder.” Als de muzikant zegt dat het hem te helder klinkt en hij het veranderd wil hebben, en TL klinkt het anders in de oren, omdat hij aan de andere kant van de beker luistert, dan probeert men een oplossing te vinden die voor beiden bevredigend is. Als het voor TL niet helder klinkt, dan is het iets wat de muzikant voelt. De klank wordt niet van tevoren bedacht of objectief gemeten. Men gaat altijd van de ervaringen van de muzikant uit. Zo is het Artist Model ook ontworpen, vanuit de ervaringen van trompettisten als John Hagstrom en Robert Sullivan in combinatie met ontwerpers als Bob Malone en TL natuurlijk. De ervaringen die Bob Malone had met zijn mondpijpen werden gecombineerd met de ervaringen van TL. Zo heeft men op het eind van de ontwikkelingen van het Artist Model toch besloten een lichtere beker (0,45mm) te gebruiken die dunner uitloopt. Het moeilijkste in de ontwikkeling is volgens TL dat het prototype ook daadwerkelijk hetzelfde blijft als het geproduceerd moet gaan worden in Japan. “Een instrumentenbouwer kan zo’n beker eigenlijk makkelijk maken door er wat meer op te hameren of door hem iets meer uit te spinnen. Dat kan ik hier ook maar dat kunnen ze in Japan niet namaken. Maar in Japan moeten ze de trompet bouwen. Daarom moet er een machine gebouwd worden die zo’n beker steeds op precies dezelfde wijze kan reproduceren.” Daarom kan TL zich qua bouw niet alles veroorloven; ze moeten ze het in Japan ook op grote schaal kunnen maken. “Dat is het moeilijkste in het hele proces. De toleranties zijn daarbij klein.” In een bepaalde trompetserie van Yamaha mogen dus nauwelijks verschillen te vinden zijn. Voor een custom-trompet voor een professionele muzikant hoeven ze geen strikte toleranties aan te houden omdat er toch maar één van gebouwd wordt. Dat is ook het voordeel van een kleinere instrumentenbouwer. Die kan veel klantgerichter werken.
Eddie Veit en Thomas Lubitz.
Bio Thomas Lubitz :
TL heeft het vak geleerd bij Hans Schneider die een klein bedrijfje had; hij is later als instrumentenbouwer voor Amrein gaan werken. Na enkele jaren is TL voor Ganter in München gaan werken. Enige jaren later behaalde hij zijn “Meisterprüfung” bij de firma Melton, Weston-Meinl waar hij enkele jaren gewerkt had. Hij heeft daar o.a. custom-tuba’s gebouwd voor speciale klanten. Yamaha zocht voor de ontwikkeling van nieuwe instrumenten een meester instrumentenbouwer en kwam uit bij TL. Sinds 1991 werkt TL voor Yamaha in het atelier in Neu-Isenburg.
Het “Chicago” model
In het kader van de toekomst en het verleden vraag ik TL of het Artist Model nu een soort eindstation is. TL ziet dat anders en zegt dat muzikanten erg conservatief zijn. Modellen die goed zijn blijven gedurende vele jaren gewild. Hij geeft het voorbeeld van het Chicago Symphony Orchestra. “Als je ziet dat de trompettisten van het CSO zo’n 50 jaar op hun trompetten gespeeld hebben, dan ben ik al lang met pensioen voordat men weer wat anders wil...(hij lacht). Deze Chicago modellen werden met het CSO ontwikkeld met het doel iets te maken wat hun hetzelfde gevoel en dezelfde output geeft, maar gewoon beter functioneert. Na 50 jaar is een instrument nu eenmaal niet meer hetzelfde als toen het gebouwd werd. Maar het nieuwe Chicago model kan hetzelfde en enkele dingen beter (dan de originele Bach Mt.Vernon C-trompetten).”
Wat betreft de ontwikkeling van het Artist Model YTR-9445CHS zegt TL dat er van de Chicago C-trompet zo’n 20 à 25 prototypes bestaan, die door trompettisten in Europa zijn uitgeprobeerd. Ook Hakan Hardenberger heeft er daar één van waar hij nog steeds op speelt. “Dat was een of twee fases voordat de definitieve versie van de Chicago werkelijk klaar was. De ideeën die bij het voordurend testen ontstaan, kan man eventueel weer bij een volgend instrument toepassen. Een lichtere beker, of de beker veranderen of de Franse rand maken. Hij (Hakan) heeft bijvoorbeeld nog een halfronde rand op zijn beker.” Men heeft door het vele testen gemerkt dat met een Franse rand op de beker, zoals op de nieuwe modellen te vinden is, de speler de meeste feedback krijgt. TL relativeert: “Op de laatste 2% helpt zo’n rand dan nog wat extra. Als de rest van het instrument niet goed is maakt zo’n rand ook niets meer uit.” Op mijn opmerking of zo’n Franse rand ook iets met marketing te maken heeft antwoordt hij ontkennend. “Deze dingen worden volledig beslist zonder marketingdoeleinden. Men denkt pas over marketing na als het instrument compleet ontwikkeld is. Dan wordt beslist, oké, we kunnen de marketing in die richting sturen en dan worden deze features natuurlijk genoemd.” Hij voegt daaraan toe dat de marketingstrategie per land ook wel kan verschillen.
De geschiedenis van het atelier
Het atelier in Neu-Isenburg bestaat inmiddels 20 jaar. TL werkt er nu dus 15 jaar. In de eerste jaren werd het atelier geleid door een Japanse manager en in die begintijd werkte hij dan ook samen met een Japanse ontwerper. Volgens TL viel het in de beginjaren niet mee, omdat de Japanners niet zo goed Engels spraken en het totale archief in het Japans was! TL vertelt: “We hebben laatst het atelier wat verbouwd en alle ordners van vroeger teruggevonden. Alles was in het Japans, ik kon daar niets van lezen. Tientallen jaren lang is alles in het Japans opgeschreven!” Zo is er dus ook belangrijke informatie over instrumenten van vroeger verloren gegaan. Op het atelier werkten altijd al specialisten voor koper, hout en fluit. Sinds enige jaren is daar ook nog een specialist voor concertpercussie aan toegevoegd. 3 Jaar geleden is Eddie Veit er dan nog bijkomen voor het ontwerpen van koperblaasinstrumenten. Men heeft er nu ook een tweede gebouw bij waar de koperblaasinstrumenten gebouwd en ontwikkeld worden. Er zit ook een nieuwe testruimte in en men bouwt nog een speciale testruimte voor concertpercussie die dit jaar klaar moet zijn. Voor TL zijn de contacten met de professionele muzikanten bijzonder interessant. “Ook wanneer men de muzikanten al langer kent, is het interessant om te zien hoe de muzikanten zich ontwikkelen in de orkesten. We kenden hen misschien al als student en nu zijn ze ergens al 10 jaar lang solotrompettist. Vooral de muzikanten in Frankfurt ken ik nog uit hun studententijd. Nu hebben ze een vaste aanstelling in de orkesten en zijn ze geweldige muzikanten geworden.” TL zoekt dan ook alleen muzikanten uit die volgens hem geschikt zijn voor de ontwikkeling van nieuwe instrumenten. Als muzikanten naar hem toe komen met ideeën kan hij daar meestal niet zoveel mee omdat die ideeën vaak niet geschikt zijn voor een grotere markt. Ze zijn meestal alleen interessant voor die muzikant. “Ik heb niet de ruimte om flexibel te zijn. Als iemand naar me toekomt en zegt dat hij de boring van zijn mondstuk groter wil dan doe ik dat, maar verder kan ik er niets mee. Het is beter als die muzikant zou zeggen dat hij een probleem in het hoge register heeft of dat hij groter wil spelen. Dan kan ik daar een oplossing voor zoeken. Dat geeft ons een creatieve flexibiliteit in alle richtingen. Dan kun je aan het instrument of aan het mondstuk denken. Als de muzikant zegt dat hij iets zo wil, dan ben ik beperkt; ik doe dan wat hij vraagt en dan ben ik er klaar mee.” Daarom vraagt TL de muzikanten ook wat ze willen, wat hun doel is en wat ze willen bereiken met hun instrument. “Dat is eigenlijk de vraag die wij ons steeds maar weer moeten stellen. Wat willen wij, wat wil de muzikant, wat moet eruit komen, wat levert het op?”
Thomas Lubitz laat me hier zien hoe een mondstuk kopieermachine werkt.
Renold Schilke
We komen in ons gesprek op de tijd met Renold Schilke. “Schilke was eigenlijk de eerste die een consequente ontwikkeling bij Yamaha heeft geïntroduceerd.” Yamaha heeft Schilke namelijk in 1966 ingehuurd als adviseur en dat is hij gebleven tot aan zijn dood in 1982. “Tot aan zijn dood heeft hij fantastisch werk geleverd. Het enige was wel dat hij geen uitzonderingen toeliet. Zijn concept was HET concept en dat moest opgevolgd worden.” Eigenlijk werden in die tijd dan ook voornamelijk Schilke trompetten gebouwd door Yamaha. “Onze 6340 was eigenlijk een large bore Schilke. De 6310 is een medium large Schilke. Hij heeft zijn eigen ideeën dus gewoon uitgewerkt en had zo de mogelijkheid ze op grote schaal te produceren. Dat was voor hem (Schilke) ook een geweldige tijd want hij kon zijn kennis doorgeven, maar op hetzelfde moment kon hij ook dingen uitproberen wat hij in zijn eigen kleine werkplaats nooit had kunnen doen. Er was zo veel geld gemoeid met de ontwikkelingen.” TL relativeert ook: “Maar ook toen waren er creatieve ontwerpers bij Yamaha die eigen ideeën hadden. Maar Schilke liet die niet toe. Mensen als Kenso Kawasaki. Hij was DE grote ontwerper voor trompet bij Yamaha. Hij was vanaf het begin bij Yamaha en heeft de eerste jaren veel met Schilke samengewerkt. Hij had zo veel creatieve ideeën die Schilke niet heeft toegelaten.” Op mijn vraag of Schilke dan zoveel macht had antwoordt TL: “Hij kon toen zeggen: ‘vergeet dat, het is niet goed’. Maar Schilke ging nog verder; hij pakte die dingen op en gooide ze naar hun hoofd. Hij heeft hele projecten door de werkplaats gegooid!” De Japanse ontwerpers wilden bijvoorbeeld een steun in de stembuis zetten zoals bij de Vincent Bach trompetten het geval was, maar Schilke weigerde. Hij wou een open instrument hebben (zoals de Schilke B serie). De Schilke S serie met een steun in de stembuis (zoals een Bach trompet) is dan ook niet door Schilke ontworpen maar pas na zijn dood geïntroduceerd. TL vervolgt: “We hebben bij Yamaha nog niet zo’n lange historie als andere merken, maar inmiddels toch al 40 jaar. De ontwikkeling van de Schilke tijd naar de Xeno is een grote stap geweest. Als je bijvoorbeeld de 6335 neemt, wat een gewone standaard trompet is, dan is dat een geweldig instrument. Als je dan ziet dat van dit instrument ook leerling trompetten gemaakt zijn, de 4335 en 2335, die dezelfde conische bouw hebben, dan is dat een geweldige prestatie van de ontwerpers geweest. Men heeft de goede eigenschappen (van de 6335) overgenomen, goedkoper gemaakt en er nog steeds een goed instrument aan overgehouden.”
Handgemaakt
Toen TL begon bij Yamaha was er ook nog een custom shop met 50 arbeiders die volledig handgemaakte instrumenten bouwden, maar die is er niet meer. Maar TL kan in het atelier ook een instrument volledig met de hand bouwen en dat wordt ook gedaan. Bij trombones laat hij de schuiven wel uit Japan komen omdat die gewoon goed zijn en hij ze niet beter kan maken. Hij kan ook kant en klare bekers nog veranderen. Zo hebben ze bijvoorbeeld het idee van de steeds dunner wordende wand van de Artist Model beker ook op de nieuwe Xeno trombone bekers uitgeprobeerd door de uitloop van de beker met de hand dunner te maken. Dat bleek goed te werken en daarop hebben ze besloten dat ook in de productie in Japan door te voeren. TL voegt er aan toe dat men in zo’n groot bedrijf zo veel verschillende bekervormen (mandrels) heeft, dat hij meestal naar Japan opbelt en vraagt naar een bepaalde bekervorm. Alle gegevens over de bekers zijn daar aanwezig.
De nieuwe werkplaats voor blaasinstrumenten is in het nieuwe gebouw.
Het atelier
TL laat me daarna het hele atelier zien. In het oude gebouw is nog de fluit-werkplaats en het kantoor. In het nieuwe gebouw bevinden zich de nieuwe testruimte voor blaasinstrumenten en de werkplaats. Ik mag alles fotograferen. TL zegt: “Wij hebben geen geheimen. Instrumenten bouwen is niet nieuw, dat bestaat al honderd jaar. Bij ons is het contact met de muzikanten het belangrijkst. Hen begrijpen en luisteren naar hoe ze spelen en wat ze zeggen. Wat ik denk is niet belangrijk, wat de muzikant denkt is belangrijk.” TL laat me een mondstuk-kopieermachine zien (zie foto) en legt me uit hoe die machine functioneert. Dan laat hij me een grote kast met onderdelen zoals de bekende Bob Malone mondpijpen zien. Één lade zit vol met verschillende mondpijpen die met verschillende materialen gemaakt zijn. Een andere lade zit vol met mondstuk receivers. Al met al zit de kast vol met alle bouwstenen om elke denkbare trompet te maken. Er is ook een speciale ruimte voor het polijsten van de instrumenten en natuurlijk een ruimte om de instrumenten schoon en vetvrij te maken. Polijsten is het zwaarste en vervelendste werk bij een instrument, maar TL legt uit: “Bij het bouwen van een instrument is minstens 40% polijsten. Dat hoort er nu eenmaal bij.” In de ruimte waar men schoonmaakt, worden de instrumenten ook in elkaar gezet. Verzilveren en lakken doet men niet in het atelier. Dat wordt uitbesteed. Maar de meeste custom-instrumenten blijven meestal toch ongelakt. Nadat TL me de nieuwe concertpercussie-testruimte heeft laten zien heb ik een goede indruk gekregen van het Yamaha atelier in Neu-Isenburg en het werk van Thomas Lubitz en zijn collega’s.
Copyright ©, 2006 Erik G. Veldkamp, All Rights Reserved | |
Erik Veldkamp.nl